Algemeen
Begin 2025 overhandigde de commissie-Van der Meer II haar adviesrapport ‘Veranderde tijden – Een redelijk inkomen in een toekomstbestendig stelsel’ aan de staatssecretaris Rechtsbescherming. Vanaf 2026 is vanuit het ministerie van Justitie en Veiligheid geld beschikbaar om een deel van de aanbevelingen van de commissie door te voeren. Het gaat hierbij om aanbevelingen over de puntenaantallen, het punttarief en de reistijd- en kostenregeling voor mediators. Hiervoor is het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000 en het Besluit toevoeging mediation aangepast. De Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) waarin dit is geregeld is in de Staatscourant gepubliceerd op 9 december 2025. Ook krijgt de Raad voor Rechtsbijstand (RvR) door deze AMvB de mogelijkheid om in uitzonderlijke gevallen af te wijken van de voorschotregeling. De invoeringsdatum van de aanpassingen is 1 februari 2026.
Vanwege de aanbevelingen van de commissie-Van der Meer II verandert specifiek het basisbedrag opnieuw met ingang van 1 februari. Het basisbedrag voor toevoegingen voor rechtsbijstand en voor mediation, afgegeven op of na 1 februari 2026 en voor rechtsbijstand verleend in een piketzaak op of na 1 februari 2026 wordt € 143,04 (punttarief), exclusief btw.
In januari 2026 is een nieuwsbriefspecial van de RvR over de invoering van de AMvB commissie-Van der Meer II uitgegaan. U leest daarin meer gedetailleerde informatie over alle wijzigingen. Bovendien is er een vaste pagina op RvR.org te vinden met alle wijzigingen en verdere relevante informatie. En op Kenniswijzer vindt u de aangepaste werkinstructies en de wijzigingslijst.
Het basisbedrag (punttarief) is in twee stappen verhoogd.
- Toevoegingen afgegeven vanaf 1 januari 2026: € 141,41 exclusief btw.
- Toevoegingen afgegeven vanaf 1 februari 2026: € 143,04 exclusief btw.
Voor meer informatie zie het nieuwsbericht van 15 december 2025.
De afgiftedatum van de toevoeging is bepalend voor het toepasselijke vergoedingenregime (dus níet de aanvraagdatum).
Dit is de eerste inhoudelijke beslissing op de aanvraag toevoeging. Ongeacht of dit een toekenning of een (inhoudelijke of financiële) afwijzing betreft. Voorbeeld: een toevoeging wordt afgewezen op 20 januari 2026. Na peiljaarverlegging of bezwaar wordt de toevoeging op 2 februari 2026 alsnog toegekend. De afgiftedatum van de toevoeging is 20 januari 2026.
Zie ook werkinstructie Algemeen Toevoegbeleid op Kenniswijzer.
Let op: op de beschikking vermelden we zowel de verzenddatum als de afgiftedatum. De verzenddatum ligt vaak enkele dagen later dan de afgiftedatum.
Nee, de afgiftedatum van de toevoeging is bepalend.
Zie ook werkinstructie Algemeen toevoegbeleid op Kenniswijzer.
Of u beter kunt wachten met het aanvragen van een toevoeging kunt u zelf beoordelen. Overweeg hierbij dat bij de afgifte van de toevoeging op of na 1 februari 2026 de punten vaak hoger zijn, maar soms ook lager kunnen zijn.
Het basisbedrag per punt wordt in 2026 hoger, net als het aantal punten voor de toeslagen. Daarnaast gelden andere regels voor de berekening van samenhang en is een aantal zaakcodes gewijzigd. Wat u ook bij uw overweging mee kunt nemen is de vier-weken-termijn voor de declarabele werkzaamheden voorafgaand aan de ingangsdatum van de toevoeging.
Nee, de afgiftedatum van de toevoeging is bepalend. Wachten met declareren maakt voor de vergoeding niet uit.
Nee, dit kan niet. Er is dan sprake van een herhaalde aanvraag. Een herhaalde aanvraag wijzen we alleen toe als sprake is van nova.
Nee, de afgiftedatum van de toevoeging is bepalend voor de vraag of de AMvB van toepassing is. Zie ook de werkinstructie Algemeen toevoegbeleid op Kenniswijzer.
De wijziging van de puntenaantallen is gebaseerd op het advies van de commissie-Van der Meer II over de gemiddelde tijdsbesteding door rechtsbijstandverleners aan een zaak.
Dit wordt uitgelegd in de Nota van Toelichting bij de AMvB:
- “1. Aanleiding en achtergrond (…) De hoogte van de vergoedingen binnen het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand wordt bepaald door twee bestanddelen; het basisbedrag per punt en het aantal punten dat wordt toegekend aan bepaalde zaken. Dit puntenaantal is gebaseerd op tijdsbestedingsgegevens van rechtsbijstandverleners.”
- “2.1. Puntenaantallen
Zoals hiervoor toegelicht geldt in zijn algemeenheid dat de vergoedingen voor rechtsbijstandverleners en mediators worden bepaald op basis van vastgestelde puntenaantallen voor zaken, zoals opgenomen in het Bvr en het Btm. De wijzigingen van het Bvr in het onderhavige besluit zien in de kern op een aanpassing van deze puntenaantallen in navolging van het advies van de commissie-Van der Meer II zodat deze weer aansluiten op de gemiddelde tijdsbesteding per zaak.(…) Deze wijzigingen betekenen voor een groot deel van de zaken (…) een verhoging. Voor een beperkt aantal subcategorieën is een verlaging van het aantal punten doorgevoerd, omdat is gebleken dat de gemiddelde tijdsbesteding lager uitviel.”
De volledige lijst met de door de commissie-Van der Meer II op basis van een tijdschrijfonderzoek voorgestelde puntentallen per zaakcode, is opgenomen in bijlage 7 van het eindrapport van de commissie-Van der Meer II.
De RvR stelt de vergoeding vast op de voor de advocaat meest voordelige wijze.
Hierover leest u meer in de nieuwsberichten Inschrijvingsvoorwaarden advocatuur 2026 en Inschrijvingsvoorwaarden mediator 2026 van 18 december 2025.
Nee, de AMvB verandert niets aan de piketregeling. Het verhoogde basisbedrag werkt wel door in de hoogte van de piketvergoeding.
Als het Besluit vergoedingen 2000 van toepassing is op de bijzondere regeling in kwestie, dan beweegt de vergoeding mee met de wijzigingen in de AMvB. In overige gevallen wijzigt er niets, omdat de bijzondere regelingen geen onderdeel waren van de opdracht van de commissie-Van der Meer II.
Artikel 18 van het Besluit vergoedingen 2000 en het beleid van de RvR blijven gehandhaafd. In de toelichting bij de AMvB is in paragraaf 8.1 uitgelegd waarom de aanbeveling van de commissie-Van der Meer II voor een gelijke behandeling van slachtoffer- en strafadvocaten bij het vergoeden van pro-formazittingen niet is meegenomen in de AMvB.
Lees hier ook de Kamerbrief over sociale advocatuur en stelselvernieuwing rechtsbijstand.
In de voorjaarsnota in 2025 is structureel 30 miljoen euro extra beschikbaar gekomen voor de sociale advocatuur. Daarmee heeft de staatssecretaris een groot deel van de aanbevelingen van de commissie kunnen opvolgen.
In de kamerbrief van 27 maart 2025 heeft de staatssecretaris een prioritering aangegeven voor de opvolging van de aanbevelingen met de verwachting dat de opvolging van deze aanbevelingen voor de korte termijn snel effect zullen hebben en de vergoedingen aanzienlijk worden verbeterd. Ook zijn deze aanbevelingen snel uitvoerbaar. Voor bepaalde andere maatregelen moet bijvoorbeeld eerst de ICT van de Raad worden aangepast.
In de brief van 26 juni 2025 heeft de voormalig staatssecretaris Rechtsbescherming aangegeven de aanbeveling voor een kantoortoeslag niet over te nemen. De aanbeveling wordt meegenomen in het visietraject voor de toekomst van de sociale advocatuur.