Veelgestelde vragen specialisatie civiel jeugdrecht en personen- en familierecht
We hanteren een maximum van vier specialisatiegroepen waarvoor een advocaat ingeschreven mag staan. De specialisatie civiel jeugdrecht en de specialisatie personen- en familierecht vallen beiden onder de specialisatiegroep personen- en familierecht. Uw inschrijving voor de specialisatie civiel jeugdrecht telt dus niet mee voor dit maximum.
U kunt zich inschrijven voor de specialisatie civiel jeugdrecht via het formulier op de pagina over specialisaties op onze website.
U moet dan aan de volgende eisen voldoen:
- U beschikt over minimaal drie jaar relevante beroepservaring;
- U heeft het eerste leerjaar van de beroepsopleiding met goed gevolg afgerond;
- U heeft in de afgelopen drie jaar twaalf opleidingspunten op het terrein van het civiele jeugdrecht behaald;
- U heeft onder begeleiding van een al voor de specialisatie civiel jeugdrecht ingeschreven advocaat drie civiele jeugdrechtzaken (zaakcode P043 en P044) behandeld.
Wilt u ook plaatsingen van een jeugdige in een gesloten accommodatie voor jeugdzorg ex. artikel 6.1.10, vierde lid van de Jeugdwet op ambtshalve last van de rechtbank behandelen? Dan moet u aanvullend onder begeleiding van een al drie jaar voor de specialisatie civiel jeugdrecht ingeschreven advocaat van één machtiging tot plaatsing in een gesloten accommodatie voor jeugdzorg (zaakcode P042) hebben behandeld.
Vanaf 1 januari 2027 vallen toevoegingen met zaakcode P043, P044 en P042 onder de specialisatie civiel jeugdrecht. Het gaat daarbij meer specifiek om ondertoezichtstellingen, (spoed) uithuisplaatsingen, verlengingen uithuisplaatsingen, gezagsbeëindigende maatregelen en overige procedures op grond van boek 1 BW titel 14, afdeling 4 en 5 (waarbij de tegenpartij de Raad voor de Kinderbescherming, Bureau Jeugdzorg of de gecertificeerde instelling is).
Vanaf 1 januari 2027 tellen P043- en P044-toevoegingen niet meer mee voor de voortzetting van de specialisatie personen- en familierecht. We verwachten dat er voldoende aanbod van zaken overblijft voor personen- en familierecht advocaten om aan de minimumeis van vijftien zaken te kunnen voldoen. Daarbij geldt dat betalende zaken kunnen meetellen voor het minimum van vijftien zaken per jaar.
U kunt allereerst het aantal toevoegingen nagaan in uw eigen administratie.
Als u twijfelt over welk aantal toevoegingen met deze zaakcodes aan u over deze jaren is afgegeven, dan kunt u ook contact opnemen met de afdeling Registerbeheer van de RvR. Zij kunnen u dan het aantal toevoegingen doorgeven. De RvR kijkt voor het aantal toevoegingen naar de afgiftedatum van de toevoeging (datum van het primaire besluit).
Onvoorwaardelijk ingeschreven personen- en familierecht advocaten die de RvR in 2026 inschrijft voor de specialisatie civiel jeugdrecht, hoeven in 2026 nog geen opleidingspunten op het terrein van het civiele jeugdrecht te behalen om hun inschrijving voor civiel jeugdrecht voort te zetten.
Vanaf 1 januari 2027 moeten zij jaarlijks acht opleidingspunten op het terrein van het civiel jeugdrecht halen. Hiervan kunnen zij vier opleidingspunten ook opgeven voor de voortzetting van de inschrijving voor de specialisatie personen- en familierecht. Per saldo hoeft u dus vanaf 2027 voor zowel de specialisatie personen- en familierecht als civiel jeugdrecht in totaal veertien punten te behalen. Daarnaast moet u vanaf 2027 jaarlijks in totaal zes civiele jeugdrechtzaken per jaar behandelen (P043/P044/P042).
Als u zich inschrijft voor de specialisatie civiel jeugdrecht, kunt u ervoor kiezen om ook minderjarigen bij te staan bij machtigingen plaatsing gesloten jeugdinrichting (toevoegingen met zaakcode P042). U bent daartoe niet verplicht.
Als u hiervoor kiest moet u aanvullend onder begeleiding van een al drie jaar voor de specialisatie civiel jeugdrecht ingeschreven advocaat, één machtiging tot plaatsing in een gesloten accommodatie voor jeugdzorg (zaakcode P042) hebben behandeld en een meeloopverklaring hiertoe overleggen. Ook moet u beschikken over minimaal drie jaar relevante beroepservaring (drie jaar als advocaat op het tableau staan).
De Raad voor Rechtsbijstand voert de wijzigingen in om de volgende redenen:
- De verwachte ‘combizittingen’ voor straf- en civiele jeugdrechtzaken zijn niet breed doorgevoerd. Het gaat bij deze combizittingen om straf- en strafkantonzaken en civiele zaken rond één jongere die tegelijk worden behandeld vanuit de gedachte dat in het jeugdrecht straf- en civiele aspecten met elkaar samenhangen c.q. naast elkaar spelen.
- De rol van het bestuursrecht in het civiele jeugdrecht is toegenomen, vooral sinds jeugdzorg onder gemeenten valt. Jeugdbeschermingsinstanties zijn bestuursorganen in de zin van de Algemene wet bestuursrecht en de rechter toetst beslissingen van deze instanties ook op grond van het algemene bestuursrecht.
- Het aantal gesloten uithuisplaatsingen neemt af. Een daling die ook aansluit bij het beleid van het kabinet om de gesloten jeugdzorg af te bouwen voor jongeren die zonder behandeling een risico voor zichzelf of hun omgeving vormen. Het uitgangspunt daarbij is dat in 2030 geen enkele jongere nog in de gesloten jeugdzorg moet zitten.
- Het is belangrijk dat een deskundige en ervaren advocaat ouders bij ondertoezichtstellingen, niet-gesloten uithuisplaatsingen en gezagsbeëindigende maatregelen bijstaat. Uit recent onderzoek van onderzoeksbureau Pro Facto in het kader van de evaluatie pilot kosteloze rechtsbijstand gezagsbeëindigende maatregelen en (eerste) uithuisplaatsingen blijkt ook dat rechtsbijstand van grote meerwaarde is voor ouders en bijdraagt aan een meer gelijkwaardige positie op zitting.