Kamerbrieven over kernprognose asielketen en voorbereidingen op het EU-Migratiepact
De minister van Asiel en Migratie informeerde de Tweede Kamer op 24 april over de kernprognose en actuele ontwikkelingen binnen de asielketen. Alle organisaties in de migratieketen bereiden zich voor op de inwerkingtreding van het EU-Migratiepact op 12 juni 2026: de grootste stelselwijziging in 25 jaar. De minister informeerde de Tweede Kamer op 22 april over de stand van zaken van deze voorbereidingen. Dit artikel bevat een verkorte weergave van beide Kamerbrieven.
Kernprognose en actuele situatie asielketen
Hier volgen een aantal punten uit de Kamerbrief over de Kernprognose asielketen. Lees voor meer informatie de volledige Kamerbrief.
De kernprognose
Dit is de eerste keer dat er een Kernprognose wordt gepubliceerd. De Kernprognose schetst een cijfermatig beeld van de instroom, doorstroom en uitstroom van onderdelen van de migratieketen. In de Kernprognose wordt voortgebouwd op vastgestelde cijfers uit Meerjaren Productie Prognose (MPP) 2025 met een bijstelling op voornamelijk elementen van asiel.
In de Kernprognose zijn de wet Tweestatusstelsel, de effecten van de mogelijke nieuwe (asiel) instroom Oekraïne en de werking van het transitiedocument, evenals de effecten van het implementatiewetsvoorstel EU Asiel- en Migratiepact (hierna: Migratiepact) nog niet meegenomen. Nieuwe ontwikkelingen in de komende maanden worden in de MPP 2026 waar mogelijk opgenomen en uitgewerkt.
Prognose instroom en inwilligingspercentage
Binnen de Kernprognose en de MPP wordt gewerkt met een bandbreedte in de vorm van vier scenario’s (minimum, mediaan, medio en maximum). In de Kernprognose wordt in het mediaan scenario uitgegaan van 25.000 eerste asielaanvragen per jaar.
De totale asielinstroom bestaat uit eerste asielaanvragen, nareizigers, hervestigers en herhaalde asielaanvragen. In het mediaanscenario van de Kernprognose bedraagt deze 50.200 asielaanvragen in 2026 en 50.000 voor 2027 (dit was op basis van de MPP 2025 mediaanscenario 51.000 in 2026 en 53.500 in 2027).
In 2025 was er sprake van een trendbreuk ten opzichte van eerdere jaren voor wat betreft het inwilligingspercentage. In de MPP 2025 is het verwachte inwilligingspercentage neerwaarts bijgesteld. Door analyse van de huidige doorstroom en recente ambtsberichten en gewijzigd landenbeleid is de prognose van het inwilligingspercentage op eerste asielaanvragen verder naar beneden bijgesteld. Dit komt mede door de wijzigingen in het landgebonden asielbeleid voor Syrië. In de Kernprognose wordt uitgegaan van een inwilligingspercentage op alle eerste asielaanvragen van gemiddeld 38%. Dit betekent dat naar verwachting minder mensen een inwilliging zullen krijgen op hun eerste asielaanvraag.
De instroom van nareisaanvragen is het afgelopen jaar aanzienlijk gedaald. Op dit moment worden meer nareisaanvragen afgehandeld dan er nieuwe nareisaanvragen instromen. De werkvoorraad (MVV-nareis en 8EVRM nareis) van nareisaanvragen zal daardoor naar verwachting in 2026 verder afnemen. De instroom van nareizigers vormt een belangrijk deel van de totale asielinstroom. In de prognose is rekening gehouden met een instroom in 2026 van ca. 23.000 inreizende nareizigers in het mediaanscenario.
Voorbereidingen EU-Migratiepact
Hier volgen een aantal punten uit de Kamerbrief van 22 april over de implementatie van het EU-Migratiepact. Lees voor meer informatie de volledige Kamerbrief.
Rapport: De nieuwe asielprocedure van 2026: van ontvangst tot definitief asielbesluit’
De IND heeft een verkennend onderzoek uitgevoerd naar de gevolgen van de nieuwe asielprocedure onder het migratiepact. Het doel van deze verkenning was om de belangrijkste wijzigingen van de nieuwe asielprocedure ten opzichte van de huidige procedure in beeld te brengen, alsmede ook de impact hiervan op de IND, de overige organisaties in de migratieketen alsook de aanvragers.
Lees het volledige rapport op deze pagina
Liggende asielaanvragen
Met het migratiepact zullen kortere behandeltermijnen gaan gelden voor de behandeling van asielaanvragen. Het bijhouden van deze termijnen is een belangrijke prioriteit. Dit komt de werking van het migratiepact ten goede en daarmee ook de beheersbaarheid van asielmigratie.
Om een beroep te kunnen doen op de goede werking van het migratiepact in andere lidstaten moet Nederland het goede voorbeeld geven en het migratiepact op een goede manier invoeren en op orde hebben. De IND kan de nieuwe beslistermijnen en de instroom alleen bijhouden als daarvoor voldoende capaciteit wordt vrijgemaakt die zich daar specifiek op richt. Dat heeft consequenties voor de capaciteit die de IND daarnaast kan inzetten voor de behandeling van de aanvragen die zijn ingediend vóór 12 juni 2026. Voor de inwerkingtreding op 12 juni verschijnt een plan van aanpak om de liggende aanvragen af te handelen.
Het is niet zo dat alle capaciteit ingezet wordt voor het migratiepact. Er zal, naast de invoering van het migratiepact, ook capaciteit zijn voor het wegwerken van de voorraden. De IND zet zich onverminderd in om de omvang van de bestaande voorraad zo veel mogelijk te verkleinen. Dit vraagt echter wel om het maken van keuzes. De IND brengt dit in kaart. Over de uitkomst hiervan wordt de Kamer in mei van dit jaar nader geïnformeerd.
Screeningsproces
De Screeningsverordening maakt onderscheid tussen screening aan de buitengrens en screening op het grondgebied. Per 12 juni 2026 start de IND met de uitvoering van de binnenlandse screening op de aanmeldlocatie in Ter Apel. De screening wordt geïntegreerd in het asielproces. Door deze taken te combineren met het proces van ontvangst en voorbereiding van de asielprocedure (OVA) worden overdrachtsmomenten in de keten beperkt en kan informatie eerder worden opgehaald ten behoeve van het hoor- en beslisproces.
De IND heeft het proces zo ingericht dat het aantal vreemdelingen dat zich meldt op de aanmeldlocatie binnen de gestelde termijnen het screeningsproces kan doorlopen. Om pieken op te vangen is het screeningproces ingericht op een hogere capaciteit, zodat ook bij een groter aantal meldingen de termijnen gehaald kunnen worden. Indien nodig kan de IND aanvullende maatregelen treffen, zoals het verruimen van openingstijden, het flexibel inzetten van personeel en – in uitzonderlijke situaties – het terugbrengen van het proces tot de minimale vereisten uit de Screeningsverordening.
De Koninklijke Marechaussee (KMar) is aangewezen als screeningsautoriteit aan de buitengrens voor de identificatie, registratie en het uitvoeren van een veiligheidscontrole en voorlopige kwetsbaarheidsbeoordeling bij vreemdelingen die aan de buitengrens een asielverzoek doen. De asielzoeker wordt geïnformeerd over de vervolgprocedure en nadat aan de vreemdeling de toegangsverlening tot Nederland is uitgesteld en een vrijheidsontnemende maatregel is opgelegd, wordt de vreemdeling voor het voortzetten van de screening overgebracht naar het aanmeldcentrum Schiphol ten behoeve van de voorlopige medische beoordeling. De voorlopige medische beoordeling wordt uitgevoerd door gekwalificeerd medisch personeel van de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI). Behoudens (gezinnen met) minderjarigen worden na afronding van de screening vreemdelingen doorverwezen naar de gesloten asielgrensprocedure.
Multidisciplinaire leeftijdsbeoordeling
De Procedureverordening (art. 25) bepaalt dat bij twijfel over de minderjarige leeftijd van een asielzoeker, een multidisciplinaire leeftijdsbeoordeling kan plaatsvinden. Om die reden is het huidige proces van leeftijdsbeoordeling bezien in relatie tot de nieuwe bepalingen in het migratiepact. De besluitvorming met betrekking tot de inrichting van het proces van leeftijdsbeoordeling bevindt zich op dit moment in de afrondende fase.
Dublinonderdaklocaties
Dublinclaimanten die vanaf inwerkingtreding van het migratiepact Nederland binnenkomen, hebben na het overdrachtsbesluit niet langer recht op opvang. Wel dient een minimale levensstandaard gewaarborgd te worden. Deze groep maakt nu ook al onderdeel uit van de opvang. Verandering ten opzichte van de huidige situatie is dat deze doelgroep niet meer verspreid, maar op zogenaamde Dublinonderaklocaties (DOL) worden geplaatst. Momenteel is het COA bezig in de verschillende regio’s meerdere bestaande locaties zo in te richten dat deze doelgroep daar onderdak kan krijgen. Dit zal op een apart gedeelte van de opvanglocatie zijn. Gezien de fluctuaties in het aanbod van de doelgroep is het uitgangspunt dat op de locaties de beschikbare capaciteit flexibel kan worden op -en afgeschaald, zodat er geen bedden onbezet blijven. Op de DOL zal een versoberd regime gelden, in de vorm van een dagelijkse inhuisregistratie, met wél eetgeld.
Toegang tot arbeidsmarkt
In het kader van de implementatie van de herziene Opvangrichtlijn worden wijzigingen in de Wet arbeid vreemdelingen doorgevoerd. De beoogde inwerkingtredingsdatum is 12 juni 2026. Het UWV voert momenteel de noodzakelijke voorbereidende werkzaamheden uit voor de implementatie van de wetgeving. Deze werkzaamheden verlopen conform planning en zullen naar verwachting tijdig gereed zijn. Met deze wijziging wordt gezorgd dat bepaalde groepen asielzoekers niet meer mogen werken. Dit betreft asielzoekers met een lagere kans van inwilliging van het asielverzoek (waaronder Dublinclaimanten en asielzoekers uit veilige landen van herkomst).
Recentelijk heeft het kabinet de stukken voor de aanpassing van de lagere regelgeving, waarin vastgelegd wordt dat asielzoekers eerder mogen werken, ter voorhang bij de Kamer neergelegd. De benodigde voorbereidende werkzaamheden bij het UWV om de lagere regelgeving uit te kunnen voeren, zijn nog niet op 12 juni 2026 gereed, waardoor deze regelgeving op een later moment in werking treedt. Het huidige proces voor de aanvraag van een tewerkstellingsvergunning en de wachttermijn van zes maanden blijft in stand tot het moment waarop de lagere regelgeving in werking treedt. De komende tijd verkennen UWV en IND gezamenlijk op welke wijze de uitvoering van dit proces in de tussenliggende periode op een zorgvuldige manier kan worden voortgezet.