Vaker vergoeding mogelijk voor cassatie in O013-toevoegingen
Naar aanleiding van een oordeel van de Raad van State past de Raad voor Rechtsbijstand (RvR) de werkinstructie ‘Art. 14 Bvr Puntenaantal Hoge Raad’ aan. Hierdoor is voor een cassatieprocedure per 18 juni 2026 in meer gevallen een vergoeding mogelijk. Meer hierover leest u in dit artikel.
Alleen de verdachte of het OM kan cassatie in een strafzaak instellen. Als de Hoge Raad besluit om de cassatie inhoudelijk te behandelen, dan krijgt het slachtoffer de mogelijkheid om een klacht in te dienen over de vordering als benadeelde partij. Bij het indienen van de klacht wordt het slachtoffer partij in de cassatieprocedure.
Oude situatie
De RvR beschouwde de werkzaamheden van de slachtofferadvocaat tot het indienen van een klacht daarom als advieswerkzaamheden. Hierop zijn de bereikregels van artikelen 28 en 32 Wrb van toepassing.
Nieuwe situatie
De Raad van State (RvS) heeft zich hier in 202204228/1/A2 over uitgesproken. De RvS ziet voldoende aanknopingspunten voor een adviesvergoeding, ook als de slachtofferadvocaat namens de benadeelde partij geen klacht indient. De RvR past daarom de betreffende werkinstructie per 18 juni 2026 aan, zodat in die gevallen een vergoeding voor advies (artikel 12 Bvr) van toepassing is. De gewijzigde werkinstructie vindt u hier onder de kop ‘Cassatie gewelds- en zedenmisdrijven met ernstig letsel (O013)”.