Inschrijvingsvoorwaarden voor mediators 2016

22 december 2015

Het Bestuur van de Raad voor Rechtsbijstand heeft de inschrijvingsvoorwaarden voor mediators voor 2016, in december 2015 vastgesteld. Het ministerie van Veiligheid en Justitie heeft de voorwaarden goedgekeurd. Omdat de voorwaarden bindend zijn, is het belangrijk dat u goed op de hoogte bent van de inhoud.

De belangrijkste veranderingen in de voorwaarden hebben we voor u onder elkaar gezet. Het gaat daarbij onder meer om wijzigingen in de eisen voor algemene inschrijving, een bepaling over het declareren bij mediations met één betalende en één toegevoegde cliënt en een maximum aan toevoegingen.

Artikel 1 (Algemene inschrijving bij de Raad voor Rechtsbijstand)

Dit artikel is zodanig gewijzigd dat alle MfN-registermediators die zich bij de Raad willen inschrijven als voorwaarde eerst de peer review van de Stichting Kwaliteit Mediators (SKM) van de Mediatorsfederatie Nederland (MfN) met goed gevolg moeten hebben afgerond en 9 mediations conform de condities van de MfN-registermediator in de voorgaande 3 jaar moeten hebben behandeld. MfN-registermediators kunnen zich dus niet meer op basis van alleen een assessment van de SKM/Intop inschrijven bij de Raad voor Rechtsbijstand. Deze nieuwe regel is niet van toepassing op personen die kunnen aantonen dat zij zich voor 1 januari 2016 voor het assessment hebben aangemeld.  

Artikel 5 lid 3 (Online mediation)

De passage waarin is aangegeven dat bij online mediation de mediator gebruik maakt van de overeenkomst die voor deze werkwijze door de Raad/de rechtspraak is opgesteld is verwijderd. De Raad stelt sinds 2015 geen deskundigheidseisen meer voor online mediators; er is daarom ook geen noodzaak meer een dergelijke mediationovereenkomst te blijven gebruiken. 

Artikel 5 lid 6 (Provisieverbod)

In een voetnoot is nader aangegeven dat van provisie in ieder geval geen sprake is als een mediator is aangesloten bij een intermediair en hij voor de dienstverlening van deze intermediair een in verhouding redelijke en kostendekkende vaste vergoeding betaalt. 

Artikel 6 (Klacht en tuchtrecht)

De informatie-uitwisseling tussen SKM en de Raad voor Rechtsbijstand en de verwijzingsvoorziening van de gerechten is nader toegespitst op klachten waarbij een onherroepelijke maatregel van schorsing of schrapping is opgelegd. Daarnaast is opgenomen dat de SKM fraude/misbruik van het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand van deelnemende mediators behoort te melden aan de Raad voor Rechtsbijstand. 

Artikel 11 lid 1 (Instaptarief, honorarium en kosten)

In dit artikel is opgenomen dat het mogelijk is een instaptarief te hanteren. In een voetnoot is verder aangegeven dat de mediationovereenkomst zoals opgesteld door de verwijzingsvoorzieningen voorschriften bevat met betrekking tot honorarium en kosten. 

Artikel 11 lid 2 (Mediations met 1 betalende cliënt en 1 cliënt op toevoegbasis

Uit de praktijk heeft de Raad signalen ontvangen dat in mediations waarbij sprake is van één betalende cliënt en één cliënt met een toevoeging de mediator in sommige gevallen het bedrag van de toevoegingsvergoeding van het bedrag van de totale commerciële rekening (op basis van het aan de Raad doorgegeven uurtarief van de mediator) aftrok en het resterende bedrag in rekening bracht bij de betalende cliënt of een rekening stuurde aan de betalende cliënt en aan de toegevoegde cliënt. 

Het op dergelijke wijze declareren is een oneigenlijk gebruik van het systeem voor gefinancierde rechtsbijstand en is in strijd met de bedoeling van de wetgever. 

In het nieuwe artikel 11 lid 2 is daarom opgenomen dat als in een zaak met twee partijen één van de partijen voor een toevoeging in aanmerking komt, de mediator het aantal uren dat mag worden gedeclareerd door twee moet delen. Aan de betalende partij mag niet meer dan de helft van het in het eerste lid bedoelde aantal uren in rekening worden gebracht.  

De mediator mag verder –buiten de eigen bijdrage- in geen geval een bedrag in rekening brengen bij de cliënt op toevoegbasis. Het in rekening brengen van kosten aan de toegevoegde cliënt is in strijd met de bepalingen in de Wet op de rechtsbijstand (artikel 33e lid 3 en 38 lid 1) en met artikel 11 lid 4 (was lid 3) van de inschrijvingsvoorwaarden voor mediators. 

Artikel 15 (Maximum aan toevoegingen)

In dit artikel opgenomen dat aan een mediator jaarlijks niet meer toevoegingen worden afgegeven dan 250 om te voorkomen dat de kwaliteit van de door de mediator te verrichten werkzaamheden in het gedrang komt, door onder meer het te snel en te veel aanvragen van toevoegingen of door het onvoldoende tijd en aandacht besteden aan zaken.  

Meer informatie

 

Meer nieuws

Terug naar nieuwsoverzicht