Antwoord op vragen van de NVJSA over de Monitor 2017

4 december 2018

Op 5 november 2018 heeft de Nederlandse vereniging van Jonge Strafrechtadvocaten (NVJSA) in een open brief vragen gesteld bij de weergave van de ontwikkeling van het aantal advocaten in de Monitor gesubsidieerde rechtsbijstand 2017. De NVJSA vindt dat in de Monitor verkeerde dan wel onjuiste conclusies worden getrokken over het aanbod van advocaten. In zijn antwoord van 30 november 2019 gaat de Raad op de vragen en legt uit hoe de onderzoekers tot de weergave zijn gekomen. Hierna is een weergave van het antwoord te vinden.

Link naar de open brief van de NVJSA, zie: http://www.nvjsa.nl/4723/nieuws/.html

Weergave antwoord van de Raad voor Rechtsbijstand:

"Vooraf wil ik kort uitleggen wat we met de Monitor beogen. Via een continue monitoring willen we in beeld krijgen of de rechtzoekende voldoende toegang heeft tot het vinden van een oplossing voor een juridisch probleem. Of die toegang geborgd is, hangt mede af van de beschikbaarheid van een toereikend aantal rechtshulpverleners, die daarnaast een goede kwaliteit moeten bieden.

Al die aspecten worden afzonderlijk, maar ook juist in samenhang, gemonitord. Het onderzoeken van die samenhang is belangrijk, omdat de verschillende aspecten op elkaar inwerken. Als bijvoorbeeld de vraag naar gesubsidieerde rechtsbijstand van advocaten afneemt, kan dat consequenties voor het aanbod van advocaten hebben. Een effect op het aanbod treedt ook op als, uit hoofde van de doelstelling dat rechtsbijstand van voldoende kwaliteit moet zijn, de kwaliteitseisen worden verhoogd.

Uiteindelijk tekenen de onderzoekers een totaalbeeld van het stelsel op, met vermelding van de belangrijkste ontwikkelingen die onderbouwd kunnen worden. Hoewel de insteek is dat de weergave neutraal is, is die natuurlijk altijd vatbaar voor discussie. Daarom stel ik het op prijs hierna in te gaan op de overwegingen die een rol hebben gespeeld bij de gekozen weergave.

Dalende trend

U constateert op basis van de cijfers dat het aantal actieve advocaten dat in 2017 gesubsidieerde rechtsbijstand heeft verleend, in vergelijking met de voorgaande jaren is gedaald. Voor het strafrecht meent u die daling nog duidelijker waar te nemen. Hierna behandel ik eerst de overwegingen bij de daling van het totaalaantal actieve advocaten, daarna schets ik de ontwikkelingen in het strafrecht.

Daling van het totaalaantal actieve advocaten

Het totale aantal advocaten dat actief is binnen het stelsel, dat wil zeggen waaraan één of meer toevoegingen is afgegeven, is de laatste jaren gedaald (MGR 2017, figuur 7.2, pagina 107). In de periode 2014-2017 tekende zich een daling af van 343 advocaten (MGR 2017, tabel B13.3, p. 230). Op het totaal van actieve advocaten betekende dat een vermindering van ongeveer 4,5%. Daarvoor (periode 2007-2013) steeg het aantal actieve advocaten voortdurend. [1]

Een daling van het aantal actieve advocaten kan verschillende oorzaken hebben. U wijt de daling (in elk geval voor het strafrecht) aan een uitblijvende verhoging van de vergoeding voor gesubsidieerde rechtsbijstand, zoals door de Commissie Van der Meer was voorgesteld. Hierdoor willen er steeds minder advocaten werken op basis van de gefinancierde rechtsbijstand, zo schrijft u. Die oorzaak van de daling hebben we niet op basis van cijfers of andere bronnen (bijvoorbeeld enquêtes) aannemelijk kunnen maken.

In belangrijke mate zien we een meer aannemelijke oorzaak van de daling, namelijk dat het aanbod van advocaten daalt omdat er steeds meer advocaten zijn die niet meer aan de minimale deelnamevoorwaarden kunnen voldoen.

Wat de reden is dat steeds meer advocaten niet meer aan de voorwaarden kunnen voldoen, hebben we nader beschreven in de Monitor. Als wordt uitgegaan van de hiervoor genoemde periode 2014-2017, dan is vast te stellen dat het aantal afgegeven toevoegingen (regulier en LAT) afnam van circa 445.000 (MGR 2014, p. 57) naar 416.000 (MGR 2017, p. 61) en dus zo’n 6,5% daalde. Die daling heeft effect op die ingeschreven advocaten, die op jaarbasis weinig toevoegingen doen en daardoor bijvoorbeeld onder de minimum zakeneis voor een specifiek rechtsterrein zakken.

Daarbij is van belang dat het huidige stelsel relatief veel advocaten kent die weinig zaken doen. Ruim een kwart van advocaten (1.973) behandelde in 2017 niet meer dan 2% van de toevoegingen (MGR 2017, p.110 en p. 231, B13.5). Advocaten die in 2017 geen toevoegingen meer behandelden, haalden gemiddeld 9 zaken per jaar in het laatste jaar dat ze nog actief waren (MGR 2017, p.113).

Het effect van een dalend aantal toevoegingen op het aantal actieve advocaten is verder versterkt door de invoering van meeromvattende inschrijvingsvoorwaarden en meer specialisaties. Deze trend naar meer specialisatie en strengere voorwaarden is een beoogd effect en is in afstemming met de NOvA ingezet. Het heeft tot doel de kwaliteit van de rechtsbijstand te verbeteren. Er liggen de komende jaren nieuwe specialisatievoorwaarden in het verschiet die ook invloed kunnen hebben op de omvang van het aanbod actieve advocaten. De Raad toetst de naleving van de inschrijvingsvoorwaarden periodiek. Die toetsing richt zich op het aantal studiepunten dat is gerealiseerd en het minimumaantal zaken dat moet zijn gedaan. Als die voorwaarden niet zijn gehaald, dan volgt in beginsel uitschrijving.

U merkt in uw brief op dat de uitstroom van advocaten groter is dan de instroom (MGR 2017, figuur 7.8. p. 114). Dat is voor een deel te verklaren door de hiervoor genoemde oorzaken. Verder staan vraag en aanbod met elkaar in verband en dat betekent dat bij een dalende economische trend kritischer afwegingen worden gemaakt over de kosten die gemaakt moeten worden door advocatenkantoren om een stagiair aan te nemen. Het aantal stagiairs is bij de NOvA ook al enige jaren relatief laag. De instroom van actieve advocaten in het stelsel, laat in overeenstemming hiermee, ook al enige jaren een wat meer neerwaartse trend zien.

Dat het totaalaantal kantoren in het stelsel sinds 2013 minder stijgt dan het totale aantal advocatenkantoren (MGR 2017, p. 115, figuur 7.9.) kunnen de onderzoekers op basis van de beschikbare cijfers moeilijk met elkaar vergelijken en daarom ook niet verklaren.

In het algemeen zijn meer dan voldoende advocatenkantoren beschikbaar en hoeven cliënten niet veel moeite te doen om een advocaat te vinden. 

Daling van het aantal actieve advocaten in het strafrecht

U vraagt in het bijzonder aandacht voor de ontwikkelingen van het aanbod in het strafrecht. Vaststaat dat ook het aanbod in het strafrecht daalt. Het aantal actieve strafrechtadvocaten is in de periode 2014-2017 gedaald van 3.421 advocaten naar 2.986. Dat is een daling van bijna 13%.

Uw conclusie is juist dat op sommige rechtsterreinen het aandeel sterker terugloopt dan op andere rechtsterreinen. Het aandeel actieve advocaten voor het strafrecht (straf verdachten) loopt terug van 45% in 2014 naar 41% in 2017 (MGR 2017, p.233, B13.7). Die terugloop van advocaten is weliswaar groter dan op veel andere rechtsterreinen, maar dient te worden bezien in de specifieke context. De context wordt deels bepaald door de samenstelling van de groep advocaten die in het strafrecht toevoegingen doet en deels door andere ontwikkelingen die invloed hebben op het aanbod.

Voor wat betreft de samenstelling van het aanbod strafrechtadvocaten valt op dat van de advocaten die in die periode waren ingeschreven, een belangrijk deel het strafrecht als een klein onderdeel van het werk beschouwt. Veel advocaten die in die periode waren ingeschreven blijken jaarlijks (ruimschoots) niet te voldoen aan de minimum zakeneis. [2] Voorheen was het meer gemeengoed dat de advocaat een algemene praktijk voerde en daarin paste de uitvoering van soms niet meer dan enkele strafzaken.

Hiervoor is al genoemd dat in het stelsel een ontwikkeling gaande is naar meer specialisatie. Ook de voorwaarden in het strafrecht zijn de laatste jaren verzwaard. In 2016 is de punteneis verhoogd (12 punten per jaar -let op: dus niet per 2 jaar, zoals bij eerste publicatiedatum vermeld stond-) en voor dit jaar is de zakeneis opgehoogd naar 15 zaken. Veel meer dan tot dusver moeten advocaten nu gerichter kiezen of ze in een rechtsgebied de noodzakelijke tijd en middelen kunnen en willen investeren. Alles doen is geen optie meer. In vergelijking met andere rechtsgebieden lijkt in het strafrecht, gelet op het specifieke aanbod van veel advocaten met weinig zaken, een kleinere bereidheid te bestaan om die investering te doen. Hierdoor vallen in het strafrecht relatief meer actieve advocaten uit dan op sommige andere terreinen.

Ook de strengere toetsing is merkbaar. Tijdens de laatste controle op de voorwaarden in 2016 is getoetst of op de specialisatie strafrecht en jeugdrecht voldoende zaken en opleidingspunten zijn behaald in 2014 en 2015. De controle leidde tot de uitschrijving van circa 500 advocaten. Advocaten met enkele toevoegingen te weinig kregen in de regel een waarschuwing.

Met strengere eisen voor het strafrecht, maar ook op andere terreinen, is een ontwikkeling ingezet om dichter in de buurt te komen van de eisen die de specialisatieverenigingen stellen. Bekend is dat de Nederlandse vereniging van strafrechtadvocaten voor het lidmaatschap de eïs stelt dat minimaal 500 uur per jaar moet worden besteed aan strafzaken in het jaar voorafgaand aan het lidmaatschap. Via de recent aangepaste inschrijvingseis van 15 strafzaken per jaar wordt weliswaar een opwaartse beweging in die richting gemaakt, maar wordt dat niveau bij lange na nog niet gehaald. Indien de tijdbesteding zoals door Van der Meer is gemeten in meervoudige kamer - zaken (S050) als norm wordt genomen, dan komt het totaal aan bestede uren bij 15 zaken niet verder dan 210 uren (15 maal 14 uren).    

De richting die is ingezet leidt vanzelfsprekend tot minder actieve strafrechtadvocaten en verhoudt zich overigens goed tot de ontwikkeling van de vraag in strafzaken. In de jaren 2013 tot en met 2017 is het aantal straftoevoegingen (straf verdachten plus straf overig) gedaald met een kleine 2.000 toevoegingen (MGR 2017, tabel B7.4a, p. 166). Daarbij is de relatief grotere daling in straf verdachten nog enigszins afgevlakt door een stijging in de toevoegingen aan slachtoffers (straf overig).

Vergrijzing - verjonging

Geheel in overeenstemming met de conclusies in de Monitor merkt u op dat het percentuele aandeel van actieve advocaten van 60 jaar of ouder is toegenomen, terwijl de nieuwe aanwas van advocaten afneemt (MGR 2017, figuur 7.10, p. 116).

Die ontwikkeling lijkt aan te sluiten bij de toenemende vergrijzing in onze maatschappij en de trend dat mensen na hun 65 e doorwerken. Vooralsnog levert die vergrijzing geen aanbodprobleem op. De grootste groep actieve advocaten zit in de leeftijd van 31 tot 40 jaar (MGR 2017, figuur 7.11, p. 117) en aan die groep worden relatief veel toevoegingen afgegeven. Voorts zijn ‘de uitstromers’ vooral advocaten die weinig zaken doen. Hierdoor lijkt bij de huidige afnemende vraag het aanbod in de komende jaren te rusten op een stabiele basis. Het voorgaande neemt niet weg dat de toenemende vergrijzing de komende jaren op zijn consequenties zal worden gemonitord."

 

[1] Als geen onderscheid wordt gemaakt in een actieve of niet actieve advocaat, dan is het aantal ingeschreven advocaten in 2017 groter dan in 2016 (8.961 resp. 8.909; vergelijk noot 68, p. 119 MGR 2016 met noot 77, p. 105 MGR 2017).

[2] In die waarneming is verdisconteerd dat een deel van de strafrechtadvocatuur weinig zaken doet maar in een extra bewerkelijke zaak veel uren maakt. Een tijdsinvestering van 6 uur in een extra bewerkelijke zaak is daarom gelijkgesteld aan één toevoeging.

 

Meer nieuws

Terug naar nieuwsoverzicht