Inschrijvingsvoorwaarden voor mediators 2019

19 december 2018

Het bestuur van de Raad heeft de inschrijvingsvoorwaarden voor mediators 2019 op 10 oktober 2018 vastgesteld. Over de inhoud van de voorwaarden is overleg gepleegd met de Mediatorsfederatie Nederland (MfN) en de Rechtspraak. Het ministerie van Justitie en Veiligheid heeft in december 2018 goedkeuring verleend aan de voorwaarden. De inschrijvingsvoorwaarden voor 2019 zijn op een aantal onderdelen aangepast. Wij raden u aan de voorwaarden goed door te nemen, omdat er belangrijke veranderingen in zijn opgenomen, waaronder een verhoging van de zakeneis voor de voortzetting van de specialisatie Personen- en familierecht voor mediators. De voorwaarden zijn bovendien bindend. Het is dus belangrijk dat u op de hoogte bent van de inhoud.

ADR register

ADR International Register heeft bij de Raad een verzoek ingediend om de bij hen ingeschreven full certified court mediators toe te laten tot het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand. Dit verzoek is nog in behandeling bij de Raad. Om die reden is ADR register niet in deze inschrijvingsvoorwaarden voor mediators opgenomen.

Bijzondere curatoren

Vanaf 1 juli 2019 zal de Raad in de inschrijvingsvoorwaarden deskundigheidseisen voor bijzondere curatoren in 1:212 BW en 1:250 BW zaken opnemen. Bijzondere curatoren die op dit moment op de lijsten van de rechtbanken staan, worden vanaf 2019 in de gelegenheid gesteld om te gaan voldoen aan de gestelde voorwaarden. Er wordt voorzien in een overgangsregeling. Meer informatie over deze overgangsregeling leest u in onze volgende e-nieuwsbrief in januari. Als u nu al vragen heeft, kunt u een e-mail sturen naar de Stichting Bijzonder Curator Nederland, e-mail: info@stichtingbcn.nl

Overzicht belangrijkste wijzingen in de inschrijvingsvoorwaarden voor mediators 2019

Inleiding Inschrijvingsvoorwaarden

In de inleiding is opgenomen dat vanaf juli 2019 naar verwachting specifieke deskundigheidseisen gaan gelden voor bijzondere curatoren in 1:250 BW zaken.

Artikel 5 lid 2

In dit artikel is opgenomen dat de praktijkgegevens van de mediator worden gedeeld met verwijsvoorzieningen van het juridisch Loket en rechtspraak.

Artikel 5 lid 6 (provisieverbod)

In voetnoot 5 is nader afgebakend wanneer sprake is van een ongeoorloofde vorm van provisie.

Artikel 5 lid 7 (zorgvuldige en vertrouwelijke behandeling van persoonsgegevens)

In dit artikel is opgenomen dat de mediator zich bewust is van zijn verantwoordelijkheid waar het gaat om bescherming van persoonsgegevens en zorg draagt voor zorgvuldige en vertrouwelijke behandeling ervan met in achtneming van de toepasselijke wet- en regelgeving.

Artikel 6 (Klacht- en tuchtrecht)

In dit artikel is een verwijzing opgenomen naar het informatieprotocol dat de Raad en de SKM in 2018 hebben gesloten waarin afspraken zijn gemaakt omtrent het uitwisselen van informatie die van belang kan zijn voor de inschrijving bij de Raad dan wel de registratie bij de SKM en die als doel heeft de kwaliteit van mediators binnen het stelsel te borgen. Deze afspraken worden jaarlijks geëvalueerd en zo nodig aangepast.

Door zich bij de Raad in te schrijven stemt de mediator met deze afgesproken informatie uitwisseling in en geeft hij daarvoor toestemming aan de Raad. U kunt het informatieprotocol hier vinden.

Artikel 13 (deskundigheidseisen Personen- en familierecht: verhoging zakeneis)

In dit artikel is opgenomen dat de zakeneis voor de voortzetting van de inschrijving voor de specialisatie personen- en familierecht met ingang van 2019 wordt verhoogd van 5 familiemediations per jaar naar 7 familiemediations per jaar. Hiermee sluit de Raad aan op de eerder in 2018 ingezette verhoging van de punteneis voor de voortzetting van deze specialisatie.

Artikel 13 (deskundigheidseisen Personen- en familierecht: uitschrijving eigen verzoek bij niet voldoen deskundigheidseisen)

In dit artikel is opgenomen dat de mediator die niet (langer) aan de in dit artikel door de Raad gestelde deskundigheidseisen voldoet of wil voldoen, uit eigen beweging de Raad verzoekt om zijn inschrijving voor de specialisatie personen- en familierecht door te halen.

Artikel 13 (deskundigheidseisen Personen- en familierecht- termijn van doorhaling bij niet voldoen deskundigheidseisen)

In het artikel is een termijn (minimaal één jaar) opgenomen voor de doorhaling van de inschrijving van een mediator in het geval deze niet voldoet aan de in gestelde deskundigheidseisen. Voor herinschrijving geldt de eis dat de mediator 10 opleidingspunten op het terrein van het personen- en familierecht, behaald in het jaar voorafgaand aan het verzoek tot herinschrijving, dient te overleggen.

Artikel 13 (deskundigheidseisen Personen- en familierecht: wijze van toetsing deskundigheidseisen)

In het artikel is aangegeven dat de Raad steekproefsgewijs toetst of de ingeschreven mediator heeft voldaan aan de gestelde eisen voor het onderhouden van zijn deskundigheid. De Raad verstrekt nadere informatie omtrent deze toetsing via de e-nieuwsbrief. De Raad kan daarnaast ook op eigen initiatief (op basis van signalen of wanneer zij dat nodig acht) besluiten deze eisen te toetsen.

Artikel 13 (deskundigheidseisen Personen- en familierecht- alleen recht op afhechtingstoeslag bij indienen vaststellingsovereenkomst door gespecialiseerde advocaat)

In het artikel is opgenomen dat in die gevallen waar de mediator minimaal één van de partijen op toevoegbasis bijstaat en een advocaat dient in te schakelen om de vaststellingsovereenkomst in een rechterlijke uitspraak op te laten nemen, de mediator er zorg voor draagt dat de ingeschakelde advocaat bij de Raad ingeschreven is voor de specialisatie Personen- en familierecht. Als de advocaat niet voor deze specialisatie is ingeschreven, dan heeft de mediator geen recht op de zogenaamde afhechtingstoeslag op grond van artikel 8 lid 4 van het Besluit Toevoeging Mediation.

Meer informatie

Meer nieuws

Terug naar nieuwsoverzicht