Jaarrapportage 2025 Europese Commissie over asiel en migratie
De Europese Commissie geeft in haar jaarrapportage over asiel en migratie een overzicht van de migratiesituatie in de lidstaten van de Europese Unie in de afgelopen 12 maanden. De rapportage bevat onder meer gegevens over asielaanvragen en beslissingen, irreguliere grensoverschrijdingen, secundaire migratie binnen de EU, opvangcapaciteit, de toepassing van de Dublinverordening, het aantal verzoeken om internationale bescherming, derdelanders en terugkeerbesluiten en ontschepingen na opsporings- en reddingsoperaties (SAR). De inzichten worden meegewogen in de bepaling van lidstaten met migratiedruk. In een bijgevoegd document (state of play) is de stand van zaken rond de implementatie van het Pact beschreven.
Migratiecijfers op belangrijke onderdelen gedaald
De Commissie schetst dat in de periode juli 2024 – juni 2025 de migratiecijfers voor de EU op belangrijke onderdelen zijn gedaald vergeleken met het voorgaande jaar. Irreguliere aankomsten in de EU (daling 35%), het aantal aanvragen voor internationale bescherming (daling 21%) en de secundaire migratie binnen de EU (daling ongeveer 25%) zijn afgenomen. Voor Nederland, evenals voor Duitsland, Frankrijk, België en Italië, geldt dat er een groot aantal irreguliere secundaire grensoverschrijdingen geconstateerd zijn. Nederland heeft tevens een relatief hoog aantal uitgaande Dublinoverdrachten, evenals Duitsland en Frankrijk. Ook heeft Nederland een relatief hoog aantal aanvragen voor internationale bescherming van alleenstaande minderjarige vreemdelingen.
Migratiedruk
Nederland, België, Duitsland, Frankrijk, Bulgarije, Estland, Ierland, Kroatië, Letland, Litouwen, Polen en Finland zijn aangemerkt als lidstaten waar sprake is van een risico op migratiedruk. Hiervoor draagt de Commissie uiteenlopende redenen aan, waaronder irreguliere aankomsten vanuit de Westelijke Balkan (Kroatië en Bulgarije), secundaire migratie van personen die internationale bescherming aanvragen, hetgeen leidt tot druk op de opvangcapaciteit (Nederland, België, Duitsland, Frankrijk en Ierland) en hybride dreigingen (Estland, Letland, Litouwen, Polen en Finland). Deze lidstaten krijgen voorrang in de toegang tot de EU Migration Support Toolbox, waar onder andere aanspraak kan worden gemaakt op technische, operationele vanuit de Europese agentschappen en financiële steun. Om tegemoet te komen aan de druk die lidstaten de afgelopen jaren hebben ervaren door secundaire migratie heeft de Commissie in het besluit de mogelijkheid opgenomen om Dublinzaken die niet konden worden overgedragen aan de verantwoordelijke lidstaat mee te laten tellen voor de solidariteitsbijdrage als daar bilateraal toe wordt overeengekomen.
Lees voor meer informatie het gehele rapport van de Europese Commissie.
Stand van zaken implementatie Pact
In een bijlage bij het rapport wordt de stand van zaken rond de implementatie van het Pact (state of play) beschreven. Het EU-brede beeld is dat er met name uitdagingen zijn betreffende Eurodac, de grensprocedure, screening, opvangcapaciteit, het toezichtmechanisme en juridische bijstand. De Commissie geeft aan dat Nederland op schema ligt. Aandachtspunten voor Nederland zijn de opvangcapaciteit en de voorraden in de asielprocedure. Dat is niet nieuw. In het vorige rapport over de stand van zaken van juni 2025 werd de opvangcapaciteit al aangestipt. Het noodplan dat Nederland bij het Europese asielagentschap (hierna: EUAA) heeft ingediend wordt momenteel, in samenwerking met de EUAA, op enkele punten verbeterd. Verder stelt de Commissie dat Nederland goed op weg is met de benodigde aanpassingen van de nationale wetgeving ter implementatie van het Migratiepact.
Lees op deze pagina de State of play over de implementatie van het Asiel- en Migratiepact.
Kabinetsappreciatie
Deze kamerbrief d.d. 24 november 2025 bevat het kabinetsstandpunt over de rapportage van de Europese Commissie. Het kabinet verwelkomt het feit dat de Commissie ziet dat landen zoals Nederland druk op de opvangvoorzieningen ervaren als gevolg van secundaire migratie en dat met dit Uitvoeringsbesluit stappen worden gezet om het niet-functionerende Dublinsysteem aan te pakken. Allereerst is het een belangrijke stap in de goede richting dat de Commissie duidelijk markeert dat snel na inwerkingtreding van het Pact systemische tekortkomingen zullen worden vastgesteld indien lidstaten de Dublinregels gebrekkig blijven implementeren. Het kabinet blijft zich inzetten voor het hervatten van Dublinoverdrachten. Mocht er echter niet tijdig verbetering optreden, dan zal het kabinet gebruik maken van de mogelijkheid om geen uitvoering te geven aan toezeggingen of verantwoordelijkheidscompensatie ten aanzien van lidstaten met systemische tekortkomingen. Het kabinet staat ook positief tegenover de mogelijkheid die de Commissie biedt om Dublinzaken die niet konden worden overgedragen in overeenstemming met de lidstaten onder migratiedruk mee te laten tellen voor de solidariteitsbijdrage. Hiermee wordt erkenning gegeven aan de gevolgen die het niet-naleven van Dublin in de afgelopen jaren heeft gehad voor de migratiedruk in Nederland. Hierbij is het voor het kabinet van belang dat deze mogelijkheid ook tot effect leidt.