Mediation
• Opgenomen in de Wrb • Gevolgen
Opgenomen in de WrbMediation is vanaf 1 juli 2009 opgenomen in de Wet op de rechtbijstand (Wrb). Het gaat om de volgende aanvullingen in de wet:
Artikel 1 sub s: Mediation: het bemiddelen in een geschil waarbij een
neutrale bemiddelingsdeskundige de onderhandelingen tussen de rechtzoekende en
zijn wederpartij begeleidt teneinde vanuit hun werkelijke belangen tot
gezamenlijke gedragen en voor ieder van hen optimale resultaten te komen.
De artikelen 33a tot en met e Wrb zijn gericht op mediation. De artikelen 33a
tot en met d Wrb zien op de inschrijving van mediators door de Raad:
Artikel 33a Wrb: Mediation wordt voor de toepassing van deze wet verricht door bij de raad ingeschreven mediators.
Artikel 33b lid 1 Wrb: Alle in het ressort kantoor houdende mediators die
daartoe een aanvraag hebben ingediend, worden door de raad ingeschreven, indien
zij voldoen aan door de raad vastgestelde voorwaarden. De raden kunnen
gezamenlijk regels stellen met betrekking tot deze voorwaarden. Deze regels
behoeven de goedkeuring van Onze Minister.
Lid 2: Mediators uit een andere lidstaat die geen kantoor houden in een ressort
dienen een aanvraag als bedoeld in het eerste lid in bij de raad te
’s-Gravenhage. Onder lidstaat wordt verstaan: lidstaat van de Europese Unie met
uitzondering van Denemarken.
Artikel 33c Wrb: De door de raden te stellen regels als bedoeld in
artikel 33b, eerste lid, met betrekking tot de voorwaarden kunnen betrekking
hebben op:
a. de vakbekwaamheidseisen die aan de mediator worden gesteld;
b. de mate van gebondenheid aan door de beroepsgroep algemeen aanvaarde normen
betreffende de beroepsethiek en beroepsuitoefening;
c. de wijze waarop schendingen van de algemene norm betreffende de beroepsethiek
en beroepsuitoefening worden afgehandeld;
d. de medewerking door de mediator aan onderzoek naar de werking van mediation
en aan evaluatie;
e. de verslaglegging door de mediator van de door hem verrichte werkzaamheden;
f. de beroepsaansprakelijkheidsverzekering;
g. de organisatie van het kantoor waar de mediator werkzaam is.
Artikel 33d lid 1 Wrb: De raad kan de inschrijving doorhalen indien de
mediator niet voldaan heeft dan wel niet langer voldoet aan de voor de
inschrijving gestelde voorwaarden.
Lid 2: Artikel 17, tweede lid, onder b, d, e en f, is van overeenkomstige
toepassing.
De Raad had de subsidie mediation geregeld in de Beleidsregel subsidiëring conflictbemiddelaars. De regels zijn nu in een AMvB neergelegd (Besluit toevoeging mediation (Btm). Hierbij is zo veel mogelijk aansluiting gezocht bij eerdergenoemde beleidsregel, zodat er weinig verandert. Veel artikelen uit de Wrb, het Brt en het Bvr zijn van overeenkomstige toepassing verklaard.
Artikel 33e lid 1 Wrb: De artikelen 12, uitgezonderd het tweede lid,
onderdelen c, d en f, 24, tweede tot en met vijfde lid, 25 tot en met 27, 28,
eerste en tweede lid, en 30 tot en met 32 zijn van overeenkomstige toepassing op
de verlening van een toevoeging met het oog op mediation. Bij de aanvraag om een
toevoeging wordt de overeenkomst waarin de rechtzoekende en zijn wederpartij
hebben verklaard in te stemmen met mediation overgelegd.
Lid 2: Artikel 33 is van overeenkomstige toepassing op de toevoeging voor
mediation met uitzondering van het eerste lid, onder d.
Lid 3: Afdeling 1 van Hoofdstuk V en de artikelen 37, eerste, tweede, derde en
vijfde lid, 37a tot en met 38 en 41 zijn van overeenkomstige toepassing voor het
bepalen van de draagkracht alsmede van de eigen bijdrage van de rechtzoekende
aan wie een toevoeging met het oog op mediation is verleend en voor het bepalen
van de kosten van mediation.
Lid 4: de artikelen 46 en 47 zijn eveneens van overeenkomstige toepassing.
Toch ontstaat er na de wijziging van de Wrb een aantal nieuwe punten.
Gevolgen
Gevolgen voor de verlening van toevoegingen:
- Ook in mediationzaken is het mogelijk om extra uren aan te vragen. Het toekennen van extra uren wordt door de Raad uitsluitend in hele bijzondere gevallen gehonoreerd. Het moet dan gaan om zaken die naar hun aard dusdanig complex zijn dat zij in verhouding tot soortgelijke zaken niet binnen de toegestane 24 uren kunnen worden afgedaan. De Raad moet dit nog invullen met beleid, maar het ligt voor de hand om aansluiting te zoeken bij het beleid voor extra uren ten aanzien van rechtsbijstandtoevoegingen. Een aanvraagformulier voor extra uren staat omstreeks 1 juli bij de downloads op www.rvr.org. Een verzoek om extra uren moet vóór het bereiken van de tijdsgrens van 24 uren worden ingediend;
Artikel 8 lid 5 Btm: Artikel 13, tweede lid, van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000 is van overeenkomstige toepassing.
- Een rechtspersoon komt ook in aanmerking voor mediation;
- Artikel 6 Bebr is nu expliciet van toepassing. Sommige categorieën rechtzoekenden zoals asielzoekers, gedetineerden, minderjarigen ten behoeve van wie een bijzonder curator is benoemd en zogenaamde ‘have-nots’ zijn dan ook bij mediation geen eigen bijdrage verschuldigd;
- De anti-cumulatiebepaling is niet van toepassing op mediationtoevoegingen;
Gevolgen voor declareren en vaststellen van de vergoeding:
- Reiskosten/reistijd komt alleen voor vergoeding in aanmerking indien deze kosten zijn gemaakt ten behoeve van de verlening van mediation vanwege de omstandigheid dat van een of meer rechtzoekenden in de zaak de vrijheid is ontnomen of beperkt;
Artikel 9 lid 1 Btm: Voor het tijdverlet in verband met reizen ten behoeve van de verlening van mediation vanwege de omstandigheden dat van een of meer rechtzoekenden in de zaak de vrijheid is ontnomen of beperkt, wordt per volle gereisde 60 kilometer een half punt toegekend. Artikel 24, derde en vierde lid van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000 is van overeenkomstige toepassing.
Lid 2: Voor de kosten die worden gemaakt voor reizen ten behoeve van de verlening van mediation, bedoeld in het eerste lid, wordt een kilometervergoeding toegekend overeenkomstig de vergoeding die krachtens artikel 8 van het Reisbesluit binnenland wordt verleend. Artikel 25, vierde lid, van het Besluitvergoedingen rechtsbijstand 2000 is van overeenkomstige toepassing.
- De resultaatsbeoordeling geldt ook voor mediation en extra uren komen – na toestemming – voor vergoeding in aanmerking;
Artikel 10 Btm: De artikelen 28, eerste lid, 29, 30 en 31 van het Besluit vergoedingen rechts bijstand zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de vaststelling van de vergoeding van een mediator, met dien verstande dat:
a. de mediator bijn zijn aanvraag tot vaststelling van de vergoeding, indien als resultaat van de mediation een vaststellingsovereenkomst is gesloten en een rechtzoekende uit hoofde hiervan een vordering met betrekking tot een geldsom ter hoogte van tenminste 50% van het heffingvrije vermogen heeft, van deze vordering melding maakt; en
b. de vergoeding wordt vastgesteld met inachtneming van artikel 7, eerste tot en met derde lid, van dit besluit.
- Bij declaratie is het niet vereist om de vaststellingsovereenkomst over te leggen, maar de Raad voert ten aanzien van de resultaatsbeoordeling het volgende beleid:
Welke informatie moet worden overgelegd om het resultaat te
kunnen beoordelen?
Informatie over de opbrengst van de zaak zal verkregen moeten worden uit de
beantwoording van vraag 7 van het beëindigingsbericht en uit de bij de
declaratie over te leggen stukken, zoals een vonnis, een convenant of mogelijk
uit begeleidende correspondentie. NB: er dienen dus altijd stukken meegestuurd
te worden waaruit de financiële afwikkeling/verdeling van de zaak blijkt. Om de
verantwoording in personen- en familiezaken te vergemakkelijken is er een
formulier ontwikkeld: Resultaatsbeoordeling in personen- en familiezaken. Dit
formulier moet als bijlage bij de declaratie meegezonden worden. Het formulier
is opgenomen onder de downloads voor rechtsbijstandverleners op de website van
de Raad (www.rvr.org).
Gevolgen voor inschrijvingen:
In artikel 33c Wrb zijn regels genoemd die in de inschrijvingsvoorwaarden van de raad kunnen worden opgenomen. Deze regels waren voor de wetswijziging in min of meer dezelfde bewoordingen van toepassing. De huidige inschrijvingsvoorwaarden luiden al overeenkomstig artikel 33c, maar deze voorwaarden worden aan de hand van de nieuwe wetgeving gereviseerd. De inschrijvingsvoorwaarden behoeven de goedkeuring van de minister;
- Ook mediators uit andere landen binnen de EU (met uitzondering van Denemarken) kunnen ingeschreven worden. Volgens de thans bekende nieuwe wettekst, dient dit bij de Raad Den Haag plaats te vinden.
Artikel 33b lid 1 Wrb: Alle in het ressort kantoor houdende mediators die daartoe een aanvraag hebben ingediend, worden door de raad ingeschreven, indien zij voldoen aan door de raad vastgestelde voorwaarden. De raden kunen gezamenlijk regels stellen met betrekking tot deze voorwaarden. Deze regels behoeven de goedkeuring van Onze Minister.
Lid 2: Mediators uit een andere lidstaat die geen kantoor houden in een ressort dienen een aanvraag als bedoeld in het eerste lid in bij de raad te ’s-Gravenhage. Onder lidstaat wordt verstaan: lidstaat van de Europese Unie met uitzondering van Denemarken.